De Geschiedenis van Keramiek – Deel 1

Weetjes over keramiek (1)

In Het Werkhuis kan de bezoeker op maandagochtend, maandagavond, dinsdagavond en vrijdagochtend, creatief bezig zijn met keramiek. Gemmy Meijs en Margo Gilisssen verzorgen een cursus waarin je kan leren hoe je keramiek kan bewerken. De kunstvorm karamiek heeft een lange geschiedenis. Waar en wanneer ontstond keramiek? Hoe heeft het zich ontwikkeld?

Het meeste aardewerk, van welke stijl ook, is afkomstig van oude beschavingen, is gebruiksvoorwerp geweest. Vele exemplaren werden in graven aangetroffen, omdat men ze de gestorvenen meegaf voor het leven na dit leven. Het aardewerk wordt overal ter wereld aangetroffen en het vervaardigen ervan gaat ver terug in de tijd, zeker tot 11.000 voor Christus.

Egypte

In Egypte heeft men aardewerk aangetroffen dat dateert uit het Neolithicum, de nieuwe steentijd, die begon rond 11.000 V Chr. Het aardewerk is rood of zwart en heeft vooral lineaire versieringen en motieven uit het dagelijkse leven en de planten- en dierenwereld. Na een periode van achteruitgang in kwaliteit, bereikt het aardewerk tussen 1550 en 1070 V Chr weer een opleving; dan ziet men mooi beschilderde vazen en geglazuurde composities (met name tegels, sieraden, beeldjes.)

Perzië

Een stuk verderop, in Perzië treft men aardewerk aan, daterend uit de eerste eeuwen na Christus, dat werd toegepast in gebouwen. In tempels, poorten, paleizen. Dit aardewerk was veel duurzamer dan het aardewerk van Egypte en heeft betere kleureffecten.

De Oude Grieken

In de Griekse wereld werden weer andere technieken aangetroffen. Waar de Egyptenaren werkten met glazuren, werkten de Grieken met eenvoudige terracotta technieken. Sinds ca. 2000 v. Chr. werd gebruikgemaakt van draaischijven om potten te vormen. Deze techniek verspreidde zich daarna ook snel op andere plaatsen rondom Griekenland.

Overigens, de pottenbakkersschijf, die zich ontwikkelde uit een langzaam draaiende steen, is geen beslissende voorwaarde voor hoogontwikkelde keramiek. In Peru bijvoorbeeld, werd alleen gebruik gemaakt van bakken op open vuur. De producten uit de Zuid-Amerikaanse wereld behoren tot de gaafste keramische voortbrengselen ter wereld.

De Griekse vazen, beroemd om hun verfijnde vormen en proporties, werden vervaardigd door gebruik te maken van zeer dunne lagen uiterst fijn geslibde klei, die tot een matte glans konden worden gepolijst. De prachtige schilderingen op de vazen beelden talloze bijzonderheden van het Griekse leven uit. Bijvoorbeeld, voorstellingen uit het werk van de schrijver Homeros.

De Romeinen

De Romeinen maakten ook geen gebruik van glazuur in het vervaardigen van aardewerk. Keramiek in Italië is vooral door de Griekse vaas beïnvloed, als het gaat om decoratieve voorwerpen. De Romeinen pasten keramiek ook toe in grote bouwconstructies, zoals buizen voor verwarmingen in badhuizen en pijpen voor aquaducten. Deze toepassing van keramiek was een nieuwe vinding.

Het Verre Oosten

In het Verre Oosten (China, Japan) was het gebruik van glazuur zeer ver ontwikkeld. China maakte namelijk al ver voor de West-Europese cultuur een hoogwaardig edel ceramisch product, porselein. De Chinezen maakten al porselein toen het geglazuurde aardewerk nog maar nauwelijks Europa had bereikt. Porselein heeft van alle ceramische producten de meest verglaasde scherf, zeer hard en min of meer doorschijnend. Voor het maken van porselein is de grondstof kaolien nodig; een witte zuivere kleisubstantie met een zeer hoog smeltpunt, die werd vermengd met een veldspaat-achtig gesteente. Vanaf de 17e eeuw werd op grote schaal Chinees porselein naar Europa verhandeld en tevergeefs probeerde men in Europa het Chinese porselein na te maken. Het bekende Delfs aardewerk is wat dat betreft een imitatie van Chinees porselein.

Europa – De Middeleeuwen

In West-Europa had de waarde van het geproduceerde keramiek tot de 11e eeuw niet veel technische of artistieke betekenis. Met uitzondering van Italië, waar de productie van aardewerk met glazuur sinds de Romeinse tijd voortgang had blijven houden. In de eeuw voor de renaissance treft men vooral karamiek met wit glazuur aan, aan de buitenkant van de voorwerpen. Rond die tijd werd het glazuren verder over Europa verspreid, waarbij het dan met name ging over beschilderd aardewerk met glazuur van tin als ondergrond. Dit ging via Majorca, vandaar de naam “majolica.” Faenze, dat het middelpunt van deze nieuwe kunst was, gaf er de naam “fayence” aan.

De 17e eeuw

In de 17 eeuw treft men in Frankrijk het bekende “blauw Nevers” aan en het mooie “Henri-Il-faience” aardewerk, een fijn hard product, uit geelachtige aarde met een versiering van arabesken in donker materiaal. In Duitsland wordt vooral karamiek aangetroffen, porselein, met volkse afbeeldingen. In Engeland treft men in deze tijd een fijn hard aardewerk van door-en-door geverfde aarde (blauw, zeegroen, lila, geel) met hel witte reliëf versiering. In ons land is er van midden 16 e eeuw tot eind 17 eeuw voornamelijk ‘majolica,’ met loodglazuur overtrokken en met Italiaans geïnspireerde decoraties. En met de kennis van het Chinese porselein kwam, zoals gezegd, het Delfs aardewerk (Delfs blauw) op gang.

De 19e eeuw

De 19e eeuw was de tijd van massaproductie. Aardewerk werd in de fabrieken geproduceerd. Langzamerhand begon men met een meer wetenschappelijke aanpak van het ceramische procedé, met name toegepast op sanitair, serviesgoed en elektrotechnisch gebied. In ons land is daarvan de fabriek van Petrus Regout bekend. Het duurde tot midden 19e eeuw eerdat er weer aandacht kwam voor handwerk. In Maastricht was de fabriek van Regout – “ut groet febrik” – een invloedrijk producent van aardewerk, voor het hele land. De aardewerk-arbeiders, die potten maakten, werden “Pottemennekes” genoemd.

Wordt vervolgd.

Ger Mennens

* foto van griekse vaas.

Top